Steun voor de gast en zijn naasten

zaterdag, 1 maart, 2008

De vader van Marianne is 86 jaar en woont na het overlijden van haar moeder alleen. Hij fietst graag en door het uitwisselen van de krant met Marianne, weet zij hoe het met haar vader gaat. Na ongeveer 6 maanden zich niet fit te voelen, wordt de diagnose kanker gesteld. Samen met haar vader en haar broer spreken zij over kwaliteit van leven en het geven van pijnstilling om nog zo’n humaan mogelijk leven te hebben. Het geven van medicijnen om het leven te verlengen ziet haar vader niet zitten: 86 jaar is toch een respectabele leeftijd?


Ze dachten zich voor het gesprek met de oncoloog goed voorbereid te hebben en waren zeer verbaasd toen hun vader alsnog koos voor een chemo-behandeling.

De eerste chemo-kuur ging goed, maar de tweede behandeling gaf problemen.

Marianne’s vader is inmiddels opgenomen in een verzorgingshuis en regelmatig treft zij haar vader huilend aan. Tot zijn 86e jaar was hij altijd gezond geweest, maar nu voelt hij zich ernstig ziek. Door de hoge koorts is een spoedopname in het ziekenhuis nodig. De dienstdoende oncoloog besluit te stoppen met het geven van medicijnen en er wordt gestart met astronautenvoeding. Tijdens de ziekenhuisopname wordt tevens gesproken over opname in een Hospice.

Marianne en haar broer maken een keuze voor een hospice; de sfeer voelde goed aan. Er kunnen spullen van thuis worden meegenomen om de kamer gezellig in te richten. Ze mogen gebruik maken van de keuken en eens per week wordt een wensmenu samengesteld. De keuze van haar vader valt wekelijks op nasi met heel veel pindasaus. Voor het slapengaan wordt een advocaatje geschonken en iedere vrijdag om 17.00 uur is het “borreluur”.

Tijdens het intakegesprek met de arts vertelde vader dat hij angst had om te sterven. Vooral de angst om pijn te hebben, maakte hem erg verdrietig. De arts garandeerde goede pijnstilling te zullen geven en het lukte hem om vader gerust te stellen.

Het was verbazingwekkend hoe vader opknapte. Zijn gewicht nam toe en hij fleurde helemaal op. Hij miste zijn fiets en wilde deze ook graag in het hospice hebben.

Helaas nam de groei van het gezwel toe en kwam vader na korte tijd te overlijden.

De kinderen kijken echter met een positief gevoel terug op de laatste levensweken van hun vader, die hij doorbracht in het hospice. Zij hebben het hospice ervaren als een oase van rust, saamhorigheid, liefde en geborgenheid. Vooral geen stress. De kinderen hebben ervaren dat de vrijwilligers niet alleen een grote steun zijn voor de bewoners, maar ook voor de familie.

Marianne vertelt, dat haar vader zich wel veilig gevoeld moet hebben in het hospice. Thuis kon hij door zijn gesloten karakter niet over de naderende dood praten, maar in het hospice wel. Vooral deze gesprekken met haar vader zijn Marianne erg dierbaar geworden.

Ria Mulders.
Maart 2008.