Communiceren rond het laatste bed

maandag, 3 mei, 2010
REGIO – De stemming is luchtig, om niet te zeggen opgelucht. Eerder op deze cursusavond, de tweede in een serie van vier, hebben de vrijwilligers van het toekomstige Hospice Krommerijnstreek intensief van gedachten gewisseld over het zware thema Verlies, dood en rouw. ‘Ik voelde soms mijn hart in m’n keel bonzen’, bekent deelneemster José van Wingerden (54), werkzaam bij de reclassering. Hoog tijd voor een wat minder beladen onderwerp.

Vrijwilligers op cursus

 
Communicatiedeskundige Herberd Prinsen heeft zich naast de flipover geposteerd om de vijftienkoppige groep, één van de zes vrijwilligersteams die in het toekomstige hospice aan de slag gaan, te onderrichten in een aantal basisprincipes van het communiceren. Niet dat het de vrijwilligers aan sociale vaardigheden ontbreekt, maar de omgang met ongeneeslijk zieken en hun verwanten stelt nu eenmaal ook communicatief hoge eisen.Aan de hand van voorbeelden, schemaatjes en speelse opdrachten zal Prinsen de komende twee uur tal van thema’s aan de orde stellen. Dat het overgrote deel van de communicatie tussen mensen non-verbaal verloopt, bijvoorbeeld. En dat we de lichaamstaal intuïtief meer geloven dan wat we iemand horen zeggen. ‘Daarom is het zo belangrijk om zeker in een hospice eerlijk te zijn over wat je voelt en denkt’, legt hij uit. ‘Je lichaamstaal en je verbale uitingen moeten overeenstemmen. Vergis je niet: juist de gasten in zo’n hospice hebben daar een zesde zintuig voor. Die kun je niet misleiden. Dus als je bijvoorbeeld eens heel moe bent, zeg dan gewoon: Ik ben heel moe. Maar ik ga toch proberen u zo goed mogelijk te helpen. ‘Geen nee

Ook de sterke en zwakke communicatieve eigenschappen van de verschillende vrijwilligers komen aan bod. Waar vinden ze zichzelf goed in? En waar minder goed ? Oké, dan moet dáár de komende jaren dus aan worden gewerkt. ‘Want communicatieve eigenschappen verander je niet in één avond, je moet er steeds opnieuw aandacht aan willen geven.’

Zelf had hij had zich eigenlijk ook gewoon als vrijwilliger-aan-het-bed aangemeld, vertelt cursusleider Prinsen tussen de bedrijven door. Maar toen het stichtingsbestuur erachter kwam dat hij in Houten zijn eigen communicatiebureau runt, Herberd Prinsen Consultancy, en ook nog flink wat ervaring heeft in stervens- en rouwbegeleiding, was hij de pineut. ‘Dan zeg je natuurlijk geen nee. Maar wel op voorwaarde dat ik straks óók aan het bed mag helpen, heb ik meteen gezegd. Liefst ’s avonds en ’s nachts, want ik ben een echt nachtmens.’

Op de gok

Na een uiteenzetting over manieren om te reageren op verbale agressie – ‘Want ook dat gaan jullie tegenkomen, bij wanhopige familieleden bijvoorbeeld’ – sluit Prinsen de avond af met een laatste opdracht, die nogmaals blijkt te illustreren wat hij de deelnemers steeds heeft voorgehouden. ‘Als je niet heel goed naar je gesprekspartner luistert en kijkt, ga je op de gok invullen wat die ander bedoelt.’ En dat is dus vrágen om misverstanden en irritaties.

‘Een erg leerzaam en leuk cursusonderdeel’, oordeelt vrijwilliger annex cursist Peter Wempe (48) na afloop. De breedgeschouderde Wempe werkt als staflid bedrijfsvoering bij het ministerie van Justitie, vertelt hij vlak voor hij de deur uit gaat. Waarom hij dan óók nog in het hospice wil werken? Wempe: ‘Mijn moeder is in een hospice overleden. Zo kan ik misschien iets terugdoen.’ (Simon Knepper)

Bronvermelding ’t Groentje 21-04-2010