Archief van januari, 2013

‘Ik ga eerst lekker uitrusten’

maandag, 21 januari, 2013

‘IN HET HOSPICE ONTMOET JE ENKEL LIEFDE, HET GULPT OVER JE HEEN’

Bron: AD,Utrecht, donderdag 17 januari 2013

Houten • Tonny Tinnissen is 76 jaar oud en heeft niet lang meer te leven. In het hospice Kromme Rijnstreek in Houten wacht ze op de dood. Met nog één laatste wens: In deze krant mogen vertellen over haar verblijf in het hospice, één van de mooiste periodes in haar leven.
Maarten Venderbosch

,,Ik had eigenlijk al dood moeten zijn. De arts dacht het niet veel langer zou duren dan drie weken. Dat is onderhand drie maanden geleden. Onze Lieve Heer kan me elke dag komen halen. Van mij mag het ook, ik ben er klaar voor. Het zou fijn zijn, als het in mijn slaap gebeurt. Maar dat zijn geen dingen waarover een mens nog baas is.’’


Terminaal zieke Tonny Tinnissen (76): ‘Hier, in het hospice, kan alles’. Foto: Angeliek de Jonge

HUILEND
,,Ik ben al een keer eerder wezen kijken in dit hospice, maar er was toen geen plek. Ik ben huilend weggegaan. Ik vond het vreselijk, dat ik niet kon blijven. De sfeer was zó goed, zo warm meteen, dat voel je gewoon. Het is enkel liefde wat je hier ontmoet. Het gulpt over je heen. Zeven weken heb ik in het ziekenhuis gelegen. Daar hebben ze ook goed voor me gezorgd, hoor, maar als je toch niet meer beter wordt, dan kun je maar liever ergens anders je laatste stukje volmaken.’’
,,Hier kan alles. Staat er iemand aan je bed: wat wilt u eten vandaag, mevrouw Tinnissen? Ik heb een keer als grapje gezegd, dat ik wel een onsje gerookte paling zou lusten. Wat denk je wat? De volgende dag kreeg ik het ook nog! En zo is het met alles, ze staan hier altijd voor je klaar, niks is te gek, en het zijn bijna allemaal vrijwilligers. Dag en nacht zorgen ze ervoor dat je niet alleen bent, dat er aandacht voor je is, zorg, en dat je met iemand kunt praten. Dat geeft zó’n rust.’’
,,Ik heb een bloedziekte. Ik maak zelf geen bloed meer aan. Dat werd tweeënhalf jaar geleden duidelijk. Op het laatst moesten er drie zakken bloed per week in. Dat was een geweldige belasting, voor iedereen. Ik was ook zó moe. Het is nauwelijks voor te stellen hoe erg. Ik heb tenslotte gezegd: ik ben er klaar mee. Aan mijn lijf geen polonaise meer. Mijn tijd is gekomen, daar heb ik me bij neer te leggen.’’
,,Mijn man is 77. Hij woont nu al een paar maanden op zichzelf. Dat gaat goed, gelukkig. Hij is heel lang gebukt gegaan onder de zorg voor mij. Nu zie ik al, dat hij opbloeit. Hij zoekt bijvoorbeeld weer contact met de buren. Dat ik er dadelijk niet meer ben, vind ik voor hém het allerergste. Maar ik zie dat hij zich gaat redden. Ook dat brengt rust. Ik durfde op het laatst thuis aan hem nog geen kopje thee te vragen. Er werd zó zwaar op hem geleund. We hebben drie zoons, ze hebben het goed. Mijn leven is af. Het is rond. Ik kan alleen maar tevreden zijn.’’
,,Ik zou een melkbus op het winkelplein willen zetten, waarin de mensen geld kunnen gooien voor het hospice. Met een spandoek erbij. Ieder tientje is welkom, ze hebben het zó hard nodig. Ik zou hen ook willen uitnodigen: kom kijken, ga hier nou niet aan voorbij. We hebben allemaal ouders, die zijn ook een keertje aan de beurt, toch? Het is hier niet vreselijk en eng. Het is hier ook gewoon leuk, gezellig, en onvoorwaardelijk liefdevol. We halen oude herinneringen op en er wordt vrolijk gelachen. Dat klinkt gek, misschien, want er staat ook geregeld weer iemand boven de grond. Voor mij is alles al geregeld. Het wordt een mooie uitvaart, met prachtige muziek en schitterende bloemen.’’
“DEZE HOSPICE IS EEN OASE AAN DE DREMPEL VOOR DE DOOD”
,,Ik weet ook al waar ik heenga. Eerst naar een soort oase. Daar ga ik eerst maar eens uitrusten. Pas dan ga ik naar de hemel. Alles wordt alleen maar mooier. Dat weet ik zeker. Ik ben gelovig katholiek. De eerste stap is eigenlijk hier al gezet, in dit hospice. Ook een oase, aan de drempel voor de dood. Het laatste wat ik nog te wensen had, is dat aan iedereen te mogen vertellen.’’